Archief voor juli, 2010

Laura Dekker start solozeiltocht woensdag

DEN OSSE (ANP) – De 14-jarige Laura Dekker vertrekt woensdag voor haar solozeiltocht over de wereld. Dat laat ze zaterdag weten via haar weblog. Ze vertrekt woensdag vanuit het Zeeuwse Den Osse naar Portugal, samen met haar vader. Tijdens die tocht worden de laatste dingen op haar boot Guppy getest en verbeterd. Daarna zal ze haar reis vanuit Portugal alleen voortzetten. Wanneer dat precies gebeurt, weet Dekker nog niet.

De kinderrechter in Middelburg hief dinsdag de ondertoezichtstelling van Laura door Jeugdzorg op. Daardoor hebben de ouders van Laura weer het gezag over haar. Die vinden het goed dat ze een poging doet de jongste solozeilster te worden die rond de wereld vaart.

Kermisklant Tilburg houdt hand op de knip

TILBURG (ANP) – De economische crisis heeft ook invloed op de bestedingen van bezoekers van de kermis in Tilburg. Hoewel meer mensen de kermis bezochten, klaagden exploitanten op de afsluitende zondag over minder inkomsten.

Volgens wethouder Joost Möller waren er meer bezoekers dan vorig jaar, hoewel de organisatie geen uitspraken meer wil doen over exacte bezoekersaantallen. De ramingen leken in het verleden inaccuraat. Wel kon hij zeggen dat meer dan een miljoen mensen de grootste kermis van het land bezochten. Lees meer

Schipper mogelijk vervolgd voor vloedgolf

VLISSINGEN (ANP) – Een schipper van een boot die dinsdag in Vlissingen een vloedgolf veroorzaakte op het badstrand wordt mogelijk vervolgd. Bij de vloedgolf kwamen een vrouw en twee kinderen tussen paalhoofden en raakten gewond. Lees meer

Zeeuws strand dicht door vondst explosieven

NIEUWVLIET-BAD (ANP) – Een deel van het strand van het Zeeuwse Nieuwvliet-Bad is sinds dinsdag gesloten voor bezoekers, omdat er explosieven en scherpe metaalscherven uit de Tweede Wereldoorlog aanspoelen. De gemeente Sluis, waar Nieuwvliet bij hoort, liet woensdag weten dat er een noodverordening is afgegeven. Lees meer

Coffeeshop Checkpoint terecht dicht

MIDDELBURG (ANP) – Coffeeshop Checkpoint in Terneuzen is terecht gesloten. Dat heeft de rechtbank in Middelburg donderdag bepaald.

De coffeeshop was in beroep gegaan tegen de sluiting in juli 2008. Aanleiding was dat bij een inval negen keer zoveel drugs in de coffeeshop werden gevonden als was toegestaan. Op last van de gemeente werd de gedoogvergunning ingetrokken. Checkpoint gold als de grootste coffeeshop van Europa, met dagelijks twee- tot drieduizend klanten, vooral uit België en Frankrijk. Lees meer

Rechtbank erkent waarschuwing OM eerwraak

MIDDELBURG (ANP) – De rechtbank in Middelburg heeft dinsdag erkend dat het Openbaar Ministerie (OM) meermalen heeft gewaarschuwd dat de man die zaterdag in Zierikzee twee van zijn drie kinderen doodschoot, zinde op eerwraak. De rechtbank schorste de man op 24 februari uit zijn voorlopige hechtenis.

Het OM maakte maandag bekend dat het de rechtbank minstens één keer heeft gewaarschuwd voor eerwraak. De rechtbank zei toen dat haar niets bekend was van dergelijke waarschuwingen. Nu geeft ze toe dat minimaal twee keer is gewaarschuwd, voor het laatst op 23 februari.

Wat de overwegingen zijn geweest om de man toch te schorsen, kan de rechtbank niet zeggen. Zij wijst erop dat de beraadslagingen van de rechters geheim zijn.

De man zat vast wegens een aangifte van een zedendelict door zijn dochter. De raadkamer schorste zijn voorlopige hechtenis in februari onder de voorwaarden dat hij geen contact mocht opnemen met zijn familie en ook niet in Zierikzee mocht zijn. Het Openbaar Ministerie had in beroep kunnen gaan tegen die schorsing, maar deed dat niet. Ze wilde niet het risico lopen dat het Hof de voorlopige hechtenis niet zou toewijzen, waardoor de beperkende voorwaarden niet meer zouden gelden. Het OM wilde met die voorwaarden de vrouw beschermen.

De man had al eerder een straf uitgezeten voor huiselijk geweld. Bij de behandeling van die strafzaak op 25 november vorig jaar heeft de officier van justitie al gesproken over de mogelijkheid van eerwraak.

Burgemeester Zierikzee waarschuwde justitie

ZIERIKZEE (ANP) – Burgemeester Gerard Rabelink van Schouwen-Duiveland heeft het Openbaar Ministerie (OM) gewaarschuwd dat er een acute dreiging was voor de veiligheid van het gezin, dat zaterdag slachtoffer werd van een gezinsdrama. Dat heeft hij maandag bekendgemaakt.

De burgemeester schreef op 27 januari in een brief aan het OM dat zowel hij als de politie en diverse zorginstellingen verschillende keren vervangende woonruimte hadden aangeboden aan de vrouw, maar dat zij dit pertinent weigerde. Rabelink maakte dit maandag bekend in reactie op geruchten in Zierikzee dat hij niet genoeg zou hebben gedaan om het gezin tegen de man te beschermen, zo liet hij weten.

Het OM lichtte op 1 februari de politie over de dreiging in. De politie liet het OM op 10 februari weten dat de vrouw niet uit haar woning wilde vertrekken, maar dat het gezin gevaar liep. De man is daarop direct opgepakt op grond van een aangifte van een zedenmisdrijf door de dochter.

De raadkamer schorste de man op 24 februari onder de voorwaarde dat hij geen contact mocht opnemen met zijn familie en ook niet in Zierikzee mocht komen. Ook bij een eerdere schorsing in december, toen hij voor huiselijk geweld vastzat, gold die voorwaarde al. Het Openbaar Ministerie had aanwijzingen voor aan ,,eerwraak gerelateerde dreigingen’’. Al in december kwam de Officier van Justitie in de rechtbank al met de beschuldiging dat de man vanuit het Huis van Bewaring een vuurwapen wilde regelen om zijn vrouw dood te schieten. Desondanks ging het OM niet in beroep tegen de schorsing.

Een woordvoerder van het OM zegt maandagavond dat zowel het bewijs rondom de zedenzaak als de beschuldiging van het wapenbezit dun was. ,,Daarmee loop je de kans dat het Hof zegt dat de zaak zo dun is dat ze het voorarrest niet eens meer toewijzen. In zo’n geval gelden de beperkende voorwaarden ook niet meer. Door niet in beroep te gaan, kon de politie de man stante pede oppakken als hij in Zierikzee zou komen of naar zijn familie zou bellen.’’

Het gezin had sinds 1 februari beveiliging. Hoe die beveiliging in elkaar stak mag een woordvoerster van het OM niet vertellen. ,,Ik ga er vanuit dat de beveiliging secuur is uitgevoerd. De man is ook op verschillende momenten opgepakt. Wij hebben nooit een melding gehad van schending van het verbod op contact of het straatverbod.”

Heropening museum in teken Slag om de Schelde

NIEUWDORP (ANP) – Museum Infatuate in het Zeeuwse Nieuwdorp wordt op 30 oktober heropend. Het vernieuwde museum herdenkt dan de bevrijding van Midden en Zuid-Zeeland door Slag om de Schelde, die dan 65 jaar geleden begon. Een van de lastigste gevechten in de Tweede Wereldoorlog om via Zeeland de haven van Antwerpen te kunnen bereiken.

De grote Belgische havenstad was al bevrijd, maar doordat de Duitsers Zeeland nog bezetten, hadden de geallieerden nog geen toegang tot die haven. Eerst moest de Westerschelde bereikbaar zijn en dat kon alleen door het door uitschakelen van de Duitsers op de Schelde-oevers van Zuid-Beveland, Walcheren en Zeeuws-Vlaanderen.

Na de bevrijding van Zeeuws-Vlaanderen en Zuid-Beveland, betekende de bevrijding van Walcheren het laatste, maar ook lastigste deel. De Duitsers waren vastberaden niet op te geven en de verdediging was ijzersterk.

De toegang over land was slechts mogelijk via de smalle Sloedam, waar de tegenstand bijzonder hevig was. Daarom besloten de Engelsen de Walcherse dijken te bombarderen. Vele honderden bommen vernielden de dijken bij Westkapelle, Vlissingen en Veere en zorgden ervoor dat grote delen van Walcheren onder water kwamen staan, waardoor het de Duitsers onmogelijk werd gemaakt zich te bevoorraden.

Pas daarna beginnen de operaties No Name en Infatuate, waaraan het museum haar naam dankt. Via de Sloedam vallen de Canadezen Walcheren aan, maar lopen keer op keer tegen de Duitse afweer aan. Pas nadat de Schotten na drie dagen bij Nieuwdorp het Sloe via het water oversteken, geven de Duitsers de Sloedam gewonnen. Intussen landen op 1 november geallieerden voor Infatuate op de stranden van Vlissingen en Westkapelle. De inname van Vlissingen wordt door sluipschutters verstoord en het duurt drie dagen voor de havenstad letterlijk straat voor straat wordt bevrijd.

Pas op 6 november, na nog eens drie dagen vechten in verschillende dorpen, geeft de Duitse generaal Daser zich over in Middelburg. Op 8 november is Vrouwenpolder het laatste dorp dat in handen van de geallieerden komt.

De complete operatie kost ongeveer 6.500 geallieerden het leven. Het duurt anderhalf jaar voor het laatste gat in de dijken wordt gedicht. De Westerschelde wordt al tijdens de gevechten op Walcheren mijnenvrij gemaakt. Op 26 november varen de eerste geallieerde schepen naar Antwerpen.

Bij de heropening krijgt het museum de nieuwe naam Bevrijdingsmuseum Zeeland. Canadese en Schotse veteranen zullen het dan bezoeken. Vrijdag 30 oktober zal er een colonne van ruim 100 oude oorlogsvoertuigen de route rijden die de Canadezen in 1944 ook reden. Ook zullen in het openingsweekeinde bommenwerpers over Walcheren vliegen en de kanonnen op de dijk bij Nieuwdorp worden weer gebruikt.

‘Eigenlijk de moeite van het uitvaren niet waard’

THOLEN (ANP) – De boot ligt een paar honderd meter uit de kust van de Oosterschelde. Corné van Dort heeft een waadpak aan en stapt zonder pardon overboord. Natuurlijk weet hij wat hij doet. Precies op een zandplaat komt het water maar tot zijn middel. Hij is de enige ansjovisvisser met vergunning in Nederland.

Bijna alle ansjovis die in Nederland wordt gegeten, voornamelijk door pasta of op de pizza, komt uit Spanje en Italië. Van Dort haalt zijn ansjovis uit Oosterschelde, bijna de enige plek in Nederland waar het visje zwemt. Tot de afsluiting van de Zuiderzee door de Afsluitdijk in 1932 was er ook daar nog, maar die verdween. De Oosterschelde was vervolgens de enige plek waar de vis leefde. Sinds 1993 is er ook weer wat ansjovis in de Waddenzee.
Daar wordt echter niet legaal op het visje, het wordt maximaal twintig centimeter lang, gevist. Corné van Dort uit Bergen op Zoom is de enige Nederlandse visser met een vergunning. Zijn afzetmarkt: zijn eigen woonplaats. Daar is het onderdeel van het populaire AAA-menu: ansjovis, asperges en aardbeien. Van Dort: ,,Mensen staan bij mij ’s morgens al vroeg voor de deur om ansjovis te kopen. In Bergen op Zoom weten ze precies wanneer het seizoen begint en willen ze ook alleen Zeeuwse ansjovis. Niet de mediterrane, want die is kleiner en minder lekker.’’
Van Dort vist in mei, juni en soms ook nog begin juli op ansjovis. Dan komt de vis hier kuit schieten. Vissen op ansjovis gebeurt niet op een boot met een enorm net erachter. Het is passieve visserij, nog het meest vergelijkbaar met hoe kleine kinderen visjes proberen vangen in een beekje.
In een grote V-vorm -met de punt in de stroomrichting, want ansjovis zwemt niet graag tegen de stroom in- staan eiken- en berkenstammetjes. De onderkant open en daaronder staan de stammen in de vorm van een vissenkom. Weer verder naar onder is een hek zodat de vissen er niet meer via die kant uit kunnen. Het hek kan worden vervangen door een onverbiddelijke fuik. Twee keer per dag kijkt Van Dort, samen met zijn zwager Henk van Schilt, of er vis in de kom zit.
,,Deze manier heet weervisserij’’, legt Van Dort uit. ,,Die naam slaat niet op het weer, maar op de stammen. Door de wind trillen ze. Ansjovis is heel bang en zal nooit tussen de stammetjes door naar buiten zwemmen. Ze worden geweerd.’’ En verjaagd naar de ‘vissenkom’.
Twee keer per dag bij laag water varen Van Dort en Van Schilt uit. Bij hoog water kunnen ze namelijk niet in de Oosterschelde staan. Ze halen het hek weg, plaatsen de fuik en gaan vervolgens naar de bovenkant van de vissenkom. Allebei aan een kant lopen ze in de richting van de fuik, met een net tussen hen in. De vis wordt in de fuik gedreven.
Terug op de boot gooien ze de fuik op dek leeg en scheiden de vis. Niet alleen ansjovis is in het net terechtgekomen. Ook een hoop gepen. Die is minder waard dan de ansjovis, maar toch ook de moeite van het bewaren waard. Het is nog vroeg in het seizoen, dus veel vangt Van Dort nog niet. Het mandje is niet eens voor de helft vol. ,,Een kilo of vijf’’, schat de visser.
Ansjovis ‘doet’ zeven euro per kilo, dus eigenlijk kan Van Dort er niet voor uitvaren. ,,Maar op topdagen vangen we vijftienhonderd kilo op deze manier, met pieken tot tweeduizend. Nee, vandaag was het de moeite eigenlijk niet waard. Maar het is al meer dan de afgelopen dagen, dus het biedt perspectief.’’
De komende weken zal Bergen op Zoom weer massaal uitlopen om de vis te kopen. Eenderde deel wordt ingezouten en verkocht in de winter en tijdens carnaval. Want van zoute vis gaan de Krabbegatters goed drinken.

MAROKKAANSE FUTSALCLUB IS HOT

Ze speelden vorig jaar in de eerste divisie, maar trokken meer publiek dan ploegen die om het landskampioenschap speelden. Malabata is hot in West-Brabant. De prestaties zijn goed. Dit seizoen spelen de veelal Marokkaanse voetballers in de eredivisie. En ze gaan voor een plek in de play-offs.

Op de Richard Krajicek Playground aan de Beresteinlaan in Den Haag rennen zes jongetjes achter een bal aan. Een van hen maakt duidelijk dat ze Marokkaans zijn. Een rood met groen trainingspak laat immers weinig te gissen over. De kereltjes zijn een jaar of elf. Dertien, hooguit. Ze kunnen er wel iets van. Techniek druipt ervan af. Plotseling stoppen ze ermee als ze merken dat er naar ze wordt gekeken.
‘Moet u straks voetballen’, vraagt er een, terwijl hij naar de naast de playground gelegen sporthal wijst. ‘Nee, ik ga een verslag maken’, is het antwoord.
‘Weet u dat Mourad Boukhari komt?’
‘Ja.’
‘Hij is goed, hè? Hij is echt de beste van Nederland. Hij kan echt goed zaalvoetballen.’
Het is duidelijk wie de held is van de straatvoetballende jeugd. Mourad Boukhari, broer van Ajax-aanvaller Nourdin, laat hun hart sneller kloppen.

Mourad Boukhari is na een jaar van afwezigheid weer terug in de eredivisie futsal. Vorig jaar koos hij voor het avontuur bij eerstedivisionist Malabata uit Roosendaal. Boukha was hot. En hij koos voor de Brabantse ploeg die speelde in een hal in Rucphen. Samen met Fouad El Hamdaoui, ex-speler van Sparta, werd hij gehaald om het ultieme doel te bewerkstelligen: promotie naar de zo felbegeerde eredivisie.
De geschiedenis van Malabata is mooi. In 1996 begon een stel jongens een zaalvoetbalvereniging. De Marokkaanse jongens hadden allen een verleden bij RBC Roosendaal en wilden blijven voetballen. Zaaltje in de stad gehuurd en een zaalvoetbalvereniging was geboren.
In zes jaar tijd promoveerde de club van de krochten van het zaalvoetbal – waarin toch ook de echt grote en brede schoffelaars van het veld spelen – naar de eerste divisie. Daar stokte de zegereeks. In het seizoen 2003/04 maakte de mocroclub eens niet de stap naar een hogere trede, maar eindigde zevende. Dat kon niet. Waarom promoveerde de ploeg niet? Malabata bleek een tekort aan ervaring op hoog niveau te hebben. Zonder mensen van eredivisieniveau kun je de stap naar die eredivisie moeilijk maken, was het idee. Daarom werden begin vorig seizoen Boukhari, El Hamdaoui en Khalid Bouhadan aangetrokken.
Wat ervaring, wat pingelaars, wat rustige spelers, wat entertainers. Het bleek de mix om de laatste stap te maken. Malabata speelt dit seizoen in de eredivisie.
Eén probleem had de vereniging in de afgelopen jaren echter wel steeds. De zaal. De populariteit van de vereniging bracht met zich mee dat het onderkomen te klein werd. Malabata week uit naar Rucphen, omdat in Roosendaal geen geschikte zaal meer was. Het is een mooie sfeervolle hal in Rucphen. Maar ook daar ging het na een aantal jaren mis…
Rucphen is een klein dorpje onder de rook van Roosendaal. Het is zo’n plaatsje waar de ANWB het kleine winkelcentrum nog niet heeft voorzien van de bekende witte bordjes met rode letters om fietsers de weg te wijzen. Naast de supermarkt staat in Rucphen nog een ouderwetse paddestoel met daarop de mededeling dat het naar Roosendaal nog 8,6 kilometer fietsen is. Het is ook zo’n dorpje waarin het nog mogelijk is direct naast het centrum een boerderijtje te houden. Op het erf lopen geiten en kippen. De schuur is enigszins vervallen.
In niets lijkt het de status te hebben van een plaats die een eredivisieploeg herbergt.
Dan maar de voetbalclub opzoeken. Daar moet toch iets van herkenning zijn. Het veld van de zondag-vijfdeklasser RSV ligt op sportpark De Molenberg, direct naast de plaatselijke tennisvereniging. Een stuk of zes vrijwilligers zijn bezig het hoofdveld van nieuwe belijning te voorzien. Het zijn de bekende oude mensen. Clubmensen in hart en nieren, zoals die in elk dorpje bij elke voetbalvereniging zijn te vinden. ‘Malabata? Ja, dat is toch een zaalvoetbalvereniging hier in de buurt? Ik weet er niet zo veel van, hoor. Je kunt dat beter aan hem vragen’, wijst een van de grijsaards naar een A-junior die net komt opdraven voor de training. De A-junior is er wel een paar keer wezen kijken. ‘Het ging wel tekeer af en toe. Veel publiek ook. Allemaal buitenlanders. Een paar mensen van het dorp. Veel meer weet ik ook niet.’ Dan toch nog maar eens proberen in de sporthal zelf.
In het sportcentrum van Rucphen is het ook al rustig. De beheerder van het complex zit achterover op zijn stoel. Het weer is niet best, dus ook in het buitenzwembad is nauwelijks volk. ‘Ja, die speelden hier. Ik las een paar weken terug ook ineens in de krant dat ze hier niet meer komen.’ Hij laat de zaal zien. Er ligt een mooie parketvloer, de roodwitte doelen zijn wat afgebladderd en de zaal is niet groot. ‘Soms was er vijfhonderd man publiek. Dan was de zaal helemaal afgeladen. Ze zijn nu gepromoveerd, hè? Ik begrijp wel dat ze daarom zijn weggegaan. Er is hier weinig uitloopruimte.’ Hij wijst op de muren. Die staan anderhalve meter achter de achterlijn. ‘En als er veel publiek was, moesten ze tot op een meter van de zijlijn staan. Dat leek soms zelfs gevaarlijk.’
Malabata speelt daarom sinds dit seizoen niet meer in Rucphen, maar is uitgeweken naar Breda. De vereniging verwacht dit seizoen per wedstrijd zo’n achthonderd tot duizend toeschouwers, vertelt de website en daarom moet Malabata wel naar een andere zaal. De oud aandoende hal in Breda heeft wel een tribune en lijkt dus geschikter dat het modernere sportcomplex in Rucphen, dat het moet stellen met een kleine uitschuiftribune.
De spelers hebben er nog niet gespeeld. Hun eerste wedstrijd in de voorbereiding is een uitwedstrijd. De ploeg speelt half augustus de eerste oefenwedstrijd tegen de Haagse eerstedivisionist Multicult/Ben Kaya. Beide ploegen zijn verre van compleet, maar dat mag de pret niet drukken. Enkele tientallen toeschouwers hebben toch de moeite genomen de sporthal op te zoeken. Het publiek bestaat voornamelijk uit kleine jongens. Waarschijnlijk zijn ze door de week zelf op tientallen pleintjes te vinden. Hun kunsten met het lederen monster vertonend in een spelletje straat- of pannavoetbal.
De spelers van Malabata komen de zaal in. Hun warming-up bestaat uit het rondtikken van de bal. Als ze een fotograaf zien, heeft Mourad Boukhari de grootste mond. ‘Alleen foto’s maken van mij’, roept hij. ‘De rest doet er niet toe. Ik ben de ster.’ Om dat vervolgens te tonen met een onnavolgbaar aantal trucjes met de bal. Onder zijn voet, op de zijkant, eronder. Op zijn nek, zijn borst zijn hoofd. Soms vraag je je af of er een limiet zit op wat je met een bal kan doen.
De zaal is standaard. Iedereen kent ze wel. Zes basketbalborden aan de muur, een paar klimrekken, klimtouwen en een groene vloer met zeven kleuren lijnen erop. Futsallers gebruiken de zwarte lijnen.
De zaal is een uur gehuurd. Trainer Peter van Koolwijk van Malabata overlegt met de scheidsrechter over de duur van de wedstrijd. Twee keer twintig minuten wordt het. Dat kan best in de eerste wedstrijd. In de eredivisie speelt de ploeg alleen wel langer: twee keer twintig minuten zuivere speeltijd.
Het duurt niet lang of het eerste doelpunt valt al. Melvin Plet, oud-speler van Dordrecht’90, Roda JC en Top Oss, zet hem op zijn naam. Het is al gauw duidelijk dat Malabata een stuk beter is dan Multicult/Ben Kaya. De 2-0 van Boukhari, de 3-0 van Mohamed Azoum en de 4-0 van Saïd Makrani volgen snel. Uiteindelijk wordt het 8-1.
Het duurt een tijdje voor de Hagenaars in de gaten hebben voor wie ze zijn gekomen. Maar als ze het doorhebben, zijn ze niet meer te houden. Bij elk balcontact van Boukha klinken de oh’s en ah’s in de hoop dat hij weer wat moois met de bal doet. Een panna is natuurlijk het mooiste. Mourad Boukhari stelt ze niet teleur. Op de tribune hangen de tieners zover mogelijk over de reling om maar zo dicht mogelijk bij die magnifieke acties te zijn. ‘Mourad, Mourad!’, klinkt het van boven. En ook: ‘Boukhari! Boukha!’ De voetballer hoort het en kijkt zo af en toe naar boven.
Na de wedstrijd hebben de fans de weg naar de zaal weten te vinden. Boukhari zit op één van de banken die de zaal rijk is. Ze worden ook gebruikt als reservebank. Geen luxe, maar gewoon de standaard houten bank waarop iedereen heeft gezeten tijdens de gymles op de basisschool. Boukhari hijgt nog wat na en wordt omringt door de enthousiaste kinderen. ‘Futsal wordt ook in Nederland steeds groter’, vertelt hij. ‘Ja, dat komt voor door al deze kutmarokkanen’, lacht Boukhari terwijl hij zijn hoofd opricht naar het grut om hem heen. ‘Zij vinden futsal veel leuker dan veldvoetbal.’ Boukhari gaat door het leven als de best betaalde futsaller van Nederland, hoewel hij daarover zelf niets wil vertellen. Wel is bekend dat hij meedoet aan straatvoetbaltoernooien. Bij die toernooitjes, waar meestal pannavoetbal wordt gespeeld, is het niet ongebruikelijk dat de winnaar soms met duizend euro naar huis gaat.
Na de wedstrijd is het niet meer blijven hangen voor een biertje. De futsalspelers stappen na het douchen direct in de auto naar huis. Geen bus voor deze eredivisievoetballers. Ook Boukhari stapt in zijn eigen auto. Zijn tas, met Marokkaanse vlag, belandt op de achterbank.

Naar boven