Steven Korteling nam voor het eerst in zijn carrière deel aan het kwalificatietoernooi voor het ABN AMRO World Tennis Tournament. SI volgde de Nederlands kampioen in zijn voorbereiding op het toernooi en maakte kennis met de overlevingsstrijd in de onderste regionen van het profcircuit.

Het regent pijpenstelen. Op de snelweg glijden auto’s langzaam richting werk, richting familie of naar de stad. Hondenweer. Weer om je nest in te duiken. Van Leusden naar Almere rijdt ook zo’n auto. Langzaam. Niet harder dan negentig kilometer per uur, want veilig aankomen is het devies. Over twee dagen is het zover voor de bestuurder. Een dag om nooit te vergeten. Het debuut op het grootste ATP-toernooi van Nederland. Weliswaar in het kwalificatietoernooi, maar toch. Voorzichtig blijven rijden, laat je gedachten niet van de weg af dwalen.
De reis voert langs de wijdse groene weiden die Flevoland rijk is, slechts zichtbaar tussen de zwiepende ruitenwissers door. Ergens in een buitenwijk van Almere, daar moet hij zijn, bij sporthal Centrepoint. In die hal traint elke dag de selectie van Jong Oranje. Ook vandaag, de donderdag voor het toernooi.
In de kantine van de hal is het warm. Een handdoek ligt klaar om het gezicht af te drogen, zelfs doorweekt geraakt van de vijftien meter die het lopen is van de auto naar de ingang van het tenniscentrum. De barjuffrouw glimlacht. Het zijn toch een beetje haar jongens, die tennissers van Jong Oranje. ‘Ik werk hier al zestien jaar’, zegt ze desgevraagd. ‘Sinds een paar jaar trainen ze hier. Je leert ze kennen, maar houdt ze in hun waarde. Veel praten ze niet met mij, maar toch komen ze zo af en toe een drankje halen. Soms zie je ze elke dag en dan weer een paar maanden niet. Michaella Krajicek ook, tot een tijd geleden was ze hier vaak. Nu heb ik haar al een hele poos niet gezien. Zo gaat dat bij tennissers van Jong Oranje, hè? Als ze doorbreken zie je ze nauwelijks meer.’
De hal is zo sfeerloos als een effen wit geschilderde deur, het is er doodsstil. Alleen het zachte gepok van tennisballen is er te horen. Het interieur bestaat uit vier grasgroene tennisbanen, verder kale muren en een enkel reclamebord. Het is een sinister beeld. Sinister genoeg om hard te trainen, heel hard om hier maar zo snel mogelijk vandaan te komen. Op naar de tophonderd van de mondiale tenniswereld, want dan is Almere uit zicht. Dan komt de glamoureuze tenniswereld wél dichtbij. Niets, maar dan ook niets, van de glitter en glamour die op televisie bij tennistoernooien is te zien, weerkaatst namelijk in deze hal.
In deze zaal, direct naast de kantine, traint ook Steven Korteling (21). Rustig, op zijn gemak, maar uiterst geconcentreerd. Zijn donkerbruine haren wapperen vanonder zijn rode haarband naar achteren bij elke klap die hij de geelgroene tennisbal geeft. Servicetraining. Hij zet zes tennisballenblikken in het servicevak. Zelf gaat hij aan de andere kant van het net achter de baseline staan. Een service, net mis. De tweede klap. Een hard geluid van blik echoot in de hal na. Verder is de hal geluidloos. Een herhaling van zetten volgt, tot hij alle zes blikken omver heeft geserveerd. Hij buigt het hoofd en loopt op zijn gemak frunnikend aan zijn tennisracket naar de andere kant van het net. Hij zet de blikken recht en neemt zijn plek weer in achter de servicelijn. Herhaling.
Het is het weinig opwindende leven van een tennisser die de top nog niet heeft gehaald. Ook Korteling is zo’n speler. Een tennisser wiens leven samenhangt van trainen, trainen en nog eens trainen. Weinig spelen, veel trainen. En als hij speelt, is dat op krakkemikkige Future-toernooien. Zonder ambiance. Zonder prestige.
‘Leuk is anders’, vindt Korteling. ‘Het is pas een mooi leven als je ook echt progressie maakt, als je ziet dat je stijgt op de wereldranglijst. Het is niet leuk om te blijven hangen, je moet verder wil je het echte profleven in. Dit is de jungle, de onderlaag van het proftennis, daar moet ik uit zien te komen.’
Een proftennisser is Korteling dan wel. Maar zijn leven kunnen bekostigen en sparen voor de toekomst, dat is wat hij wil, maar de uitvoering van die wil is nog slechts toekomstmuziek. ‘Ik maak veel kosten en het prijzengeld is niet rendabel. Ik moet ronden winnen, geld bij elkaar sprokkelen. Als ik geluk heb, speel ik quitte. Van de prijzen alleen kan ik niet leven. Gelukkig krijg ik van de bond nog ondersteunig en daarnaast moet ik eigen sponsoren zoeken.’ Korteling laat zijn tennisschoenen zien. De naden van het schoeisel laten los. Onderop, bij de tenen en aan de zijkant is er van reliëf geen sprake meer, totaal versleten. ‘Kijk, hier doe ik drie weken mee. Dan zijn ze kapot en moet ik weer nieuwe hebben. Gelukkig heb ik daar een sponsor voor en mijn ouders helpen ook nog als ik echt in geldnood zit. Anders zou ik erbij moeten gaan werken, nu kan ik me puur richten op het tennis.’
Voor de toernooien in Nederland kan Korteling veel bij zijn ouders terecht. Speelt hij echter in het buitenland, overnacht hij in hotels. En die slaapplekken zijn heel verschillend. Nooit veel luxe, maar echt schrikbarend zijn ze nu ook weer niet, vindt Korteling. ‘Maar het hotel is ook niet zo belangrijk. Het gaat om het tennis. Eten en slapen zijn nooit heel slecht. Voor Jong Oranje wordt gelukkig nog wel iets geregeld. En ik kom uit Nederland, dat scheelt ook een hoop. Je kan toch iets meer betalen. Voor andere jongens in het circuit dat ik speel is het echt beknibbelen. Toch steeds een nog goedkoper hotel zoeken, soms zelfs een tent op een camping zetten. Het is de harde weg naar de top. Dat is op zich wel leuk, zolang je maar wel progressie boekt.’
Goedkoop, dat is toch het toverwoord voor de geboren Arnhemmer. Vandaar ook zijn beleid om op één vlucht zoveel mogelijk toernooien te spelen. ‘Ik ga bijvoorbeeld binnenkort naar Sicilië. Daar speel ik drie toernooien. Ook probeer ik daar steeds te dubbelen, zodat ik dus zes prijzen kan winnen.’ Goedkoop, dat is ook thuis bij zijn ouders Willem en Annet slapen, zoals tijdens het World Tennis Tournament in Rotterdam.
Vrijdags na de loting hoort hij tegen wie hij de volgende dag speelt. De tegenstander wordt Ivo Minar, een Tsjech van wie Korteling weinig weet. ‘Ik ken hem eigenlijk nauwelijks. Ik ga er gewoon blank in en mijn beste tennis proberen te laten zien.’ Minar staat 103 op de wereldranglijst en speelt sinds 2002 professioneel. Zijn belangrijkste prestatie dit jaar is het halen van de finale in Sydney, ook na het spelen van het kwalificatietoernooi. Lleyton Hewitt was hem in de finale van dat toernooi de baas.
Het ontbijt zaterdag is stevig, die ochtend om 7.30 uur. Een kop koffie, een schaaltje muesli met yoghurt, een bruine boterham met banaan, een bruine boterham met tomaat en als afsluiter een beschuitje met vruchtenhagel. ‘Die vruchtenhagel kan wel. Sommige tennissers doen erg moeilijk over suiker, maar ik vind dat dat gewoon moet kunnen. Als je over het algemeen maar blijft opletten met wat je eet.’
Via de A28, A27 en de Ring A15 om Rotterdam rijdt Korteling naar Ahoy’. Opnieuw regent het pijpenstelen. De weg is net als donderdag slecht zichtbaar. Als dat maar geen voorbode is voor de wedstrijd… Het kwalificatietoernooi bestaat in het gunstigste geval uit twee wedstrijden. Win je de eerste, speel je zondag de tweede wedstrijd. Win je die ook, sta je in het hoofdtoernooi.
Even na negenen arriveert Korteling in Ahoy’. In de players lounge ontmoet hij de technisch directeur van de tennisbond, Hans Felius. Hij zal de jonge tennisser begeleiden tijdens het kwalificatietoernooi. Ron Timmermans, Kortelings eigen trainer, herstelt van een hernia-operatie die hij vrijdag heeft ondergaan. ‘Het is jammer dat hij er niet bij kan zijn’, vertelt Korteling. ‘Hij begeleidt mij normaal bij elk toernooi. En net nu, bij mij eerste grote toernooi, is hij er niet. Gelukkig is de operatie goed gegaan, vertelde zijn vrouw mij gisteren.’
De voorbereiding is niet anders dan bij andere toernooien. Om half tien begint hij met inslaan met Felius. Het gaat lekker. ‘Ik had al het gevoel dat het goed zou gaan toen ik opstond. Soms sta je op met extra veel zin. Dat had ik vanmorgen ook’, vertelt een nu al bezweette Korteling al lopend naar de kleedkamer. Ook die is anders dan hij gewend is. ‘Ik heb een kleedkamer voor mezelf alleen’, zegt hij verbaasd. ‘Dat heb ik normaal nooit. Dan zitten we met alle spelers in één groot hok op houten banken. Moet je hier kijken. Een kamer helemaal voor mij alleen, makkelijke stoelen erin, geweldig.’ Korteling kleedt zich om en half elf gaat hij op zijn gemak nog bij een andere wedstrijd kijken: de Belg Olivier Rochus (wereldranglijst: 39) tegen de Spanjaard Daniel Gimeno-Traver (167). Na twintig minuten heeft de tennisser het gezien. Hij trekt zich terug in de kleedkamer. Voorbereiden op de wedstrijd, rustig, alleen. Een klein uur later komt hij de zaal in. Zijn ouders glimmen van trots. ‘We hebben er alle vertrouwen in’, vertelt Willem Korteling. ‘Hij heeft zich goed voorbereid. Ik hoop dat hij zijn zenuwen onder controle kan houden.’ ‘Als hij de eerste games goed doorkomt, kan het’, vult moeder Annet aan.
Korteling begint zelf met serveren. Hij pakt het eerste punt, maar op 30-15 slaat hij compleet naast de bal, gevolgd door een dubbele fout. Toch spanning? Korteling herpakt zich, en slaat een ace op deuce om vervolgens zijn eigen game te houden. Minar houdt ook zijn eigen servicegame, Korteling pakt geen punt. Op zijn eigen service gaat het vervolgens niet goed en Minar breekt. Daarna een, ondanks verlies, sterke game van de Nederlander, vervolgens love op eigen service: 3-2. Op 4-2 maakt Korteling twee dubbele fouten na elkaar, Minar breekt opnieuw. Willem Korteling kijkt zorgelijk, Annet staart: het vertrouwen lijkt zoek. De Tsjech pakt de eerste set.
In de tweede set gaat het beter, maar Minar serveert sterk. Ook Korteling houdt zijn eigen opslag. Een tiebreak moet uitmaken of er een derde set komt of dat Korteling is uitgeschakeld. De eerste return van Minar is goed en de Tsjech pakt de mini-break. Twee lange slagenwisselingen eindigen doordat Kortelings slagen net te lang zijn. Het wordt 4-0, 4-1 door een ace, 6-2 door een ace, 6-3 door een ace, maar na een misslag van de Leusdenaar wint Minar. Balend trekt Korteling zijn, nu blauwe, haarband af. Hij loopt met zijn hoofd omlaag naar zijn stoel. Verslagen gaat hij zitten, ellebogen op de knieën, hoofd in zijn handen, de handtekeningen jagende kinderen negerend. Nauwelijks een uur heeft de wedstrijd geduurd.
Als de uitgeschakelde qualifier is gedoucht, eet hij wat, terwijl hij de wedstrijd met Felius doorspreekt. Daarna zit het toernooi er op voor de Leusdenaar. De indruk: ‘Groots natuurlijk. Al in de kwalificatie is alles goed geregeld. De organisatie is al beter dan ik gewend ben, maar qua niveau is het ook veel beter. Hier moeten mensen tussen de plaatsen 100 en 150 al kwalificatie spelen. De entourage is leuk, met alle kinderen en lijnrechters om de baan, maar ik sta vijfhonderdste, dus ik moet nog hard werken om dit voortaan altijd mee te maken.’
Korteling speelt de laatste week van februari een Challenger-toernooi in het Duitse Lübeck. Vervolgens heeft hij een week rust en vliegt dan naar Sicilië voor drie Future-toernooien. Dan staan er weer twee weken van training in het saaie Almere of Amersfoort op het programma. ‘En dan wil ik in Italië weer drie Challengers spelen.’ Dat zou zijn in Monza, Rome en Sanremo. ‘Daar wil ik binnenkort steeds staan. Geen Futures meer, maar Challengers.’