Onder meer de succesvolle prestaties van landgenoot Kenenisa Bekele doen Haile Gebrselassie besluiten een punt te zetten achter zijn carrière op de tartanbaan. Na alles te hebben gewonnen wat hij kon winnen, gooit hij het over een andere boeg. Gebrselassie spreekt met SI uitgebreid over zijn nieuwe passie. De Marathon.

FBK Games. Hengelo. 31 mei vorig jaar. In een niets ontziend tempo loopt Kenenisa Bekele naar de winst op de vijf kilometer. Rondenlang draaft hij met zijn achtervolgers op meer dan een halve ronde achterstand alleen over de rode baan. Die eindtijd! 12.37,35. Fenomenaal! Weer een record van Haile Gebrselassie uit de boeken. Weer door diezelfde landgenoot, die kort daarvoor ook al het record op de tien kilometer uit de boeken liep. Kenenisa Bekele is de nieuwe keizer op de lange afstand. De Keizer is dood, leve de keizer.

Haile Gebrselassie is duidelijk: ‘Hij heeft veel meer potentie dan ik. Ik ben de op een na beste atleet van Ethiopië.’ Gebrselassie zal de records van Bekele niet meer aanvallen. Hij heeft de baanatletiek vaarwel gezegd. Hij wil alleen winnen en dat kan niet meer. Of zoals de goedlachse Ethiopiër zelf zegt: ‘Kenenisa is gaan lopen vanwege mij. Ik begin met het lopen van marathons vanwege hem.’
Bekele kan dan meer potentie hebben dan zijn negen jaar oudere landgenoot. Hij moet het nog wel bewijzen. Haile Gebrselassie heeft dat al lang gedaan. ‘Ik kan in Ethiopië niet meer over straat zonder te worden aangeklampt.’ Zijn manager Jos Hermens zegt zelfs dat wanneer Gebrselassie zichzelf kandidaat stelt voor het presidentschap, hij met tachtig procent van de stemmen de troon zal bestijgen. ‘Hij is veruit de populairste persoon van het land. Daarna komt een heel eind niemand en dan Tulu (Derartu, tweevoudig olympisch kampioen 10.000m, red.).’ Ga maar na. Tweevoudig olympisch kampioen op de tien kilometer, viervoudig wereldkampioen op de tien, én hij brak in totaal achttien wereldrecords. Doe dat maar na. Bekele heeft nog een lange weg te gaan.
Het zal De Keizer, zoals Gebrselassie wordt genoemd vanwege zijn onoverwinnelijkheid in de jaren negentig, goed hebben gedaan dat hij vorige maand nog een wereldrecord liep. Tijdens de Tilburg Ten Miles liep hij als voorbereiding op de marathon van Amsterdam. Manager Jos Hermens haalde de Ethioper naar Tilburg omdat de zes weken die tussen de Brabantse race en de Amsterdamse zitten, perfect zouden zijn. ‘En ook de afstand is perfect’, verduidelijkte Hermens. ‘Zou hij een langere afstand lopen, was het niet goed. Haile loopt altijd op het maximum. Hij kan niet anders. Een halve marathon zou al teveel zijn.’ Het werd zijn achttiende wereldrecord in Tilburg. De incourante afstand van tien Engelse mijlen (16.093,4 meter) wordt door de IAAF niet erkend, maar het wereldrecord, dat hij afpakte van Martin Mathathi, smaakte hem bijzonder goed. ‘Ik kom zeker nog een keer terug naar Tilburg’, merkte hij monter op.
Maar het is niet genoeg voor Gebrselassie. Het wereldrecord op de marathon, dát is zijn doel. Zijn ultieme doel en wellicht ook het laatste dat hij als hardloper ooit zal doen. Voor zover dat nog niet is gebeurd zal hij daarmee Abebe Bikila van de troon stoten als meest bewonderde hardloper van Ethiopië. Bikila maakte van de marathon in één klap de poplairste sport in het Afrikaanse land dat al decennialang kampt met oorlog en hongersnood. De lijfwacht van de keizer won twee keer een olympische marathon. De eerste in 1960. Blootsvoets. Ook Haile Gebrselassie beseft dat: ‘Since Bikila, the marathon is so special. Number one in Ethiopia. De media in ons land hebben mooie dingen nodig om de mensen af te leiden van de ellende waarin ze leven. Sinds het succes van Bikila is de marathon het belangrijkste in het leven van veel Ethiopiërs.’
Gebrselassie heeft de olympische marathons van zijn landgenoot niet gezien. Hij zagt pas het eerste levenslicht dertien jaar na het eerste succes. Toch kreeg hij het virus mee. En hij was goed. Hij liep dagelijks tien kilometer naar school in ijle luchten op drieduizend meter boven zeeniveau. Over slechte en stoffige paden. Over vlak, maar ook over heuvelachtig gebied. Het was wél de allerbeste training die hij ooit had kunnen krijgen op die jonge leeftijd. Dat bleek alleen nog niet in de eerste wedstrijd die hij liep. Hij was zestien, maar hij weet het nog precies.
‘Het was een hele grappige ervaring. Ik kwam voor een korte afstand. Maar wat bleek. De enige wedstrijd die er was, was een marathon. Ik had geen keuze. Het was hard. Toen ik weer terug thuis was merkte ik dat. Ik zat een week lang thuis. Ik kon niet meer lopen. Alles deed pijn. Zelfs naar de wc gaan was al moeilijk. Dat was een hele slechte tijd.’
Voor Gebrselassie betekende het dat hij lang geen marathons meer liep. Hij had toch al niet het idee dat hij voor de marathon ging. Hij wilde olympisch kampioen worden op de vijf en tien kilometer. Net als Miruts Yifter, die op de Spelen van Moskou in 1980 de vijf en tien won. Zoals een Nederlandse jongen van twintig ook meer bewondering heeft Marco van Basten dan voor Johan Cruijff, ging ook zijn bewondering naar een tijdsgenoot, Yifter in plaats van Bikila.
Gebrselassies vader was pas overtuigd van zijn ambities toen zoon Haile na de wereldtitel in 1993 terugkwam met een grote Mercedes. Toen pas begreep zijn vader dat je met hardlopen misschien wel net zoveel of meer kan verdienen dan wanneer je dokter bent. Gebrselassie zou de auto zes jaar ongebruikt laten staan. Hij had geen rijbewijs en hij liep liever.
Drie jaar eerder viel hij voor het eerst onder de aandacht bij Jos Hermens van Global Sports Communication. ‘Hij viel vooral op door zijn goede voetenwerk’, zegt Hermens nu. ‘En door zijn lach, ondanks het dictatoriale regime in zijn land, had hij plezier en dat straalde hij uit. Hij sprak nog nauwelijks Engels. “Me Europe, me Europe”, was het enige dat hij zei.’ Het duurde tot ’93 voor Hermens Gebrselassie echt onder zijn hoede had. ‘Hij kon toen beter Engels en na het WK Cross Country heb ik hem letterlijk op de bonnefooi het hotel en het land uitgesmokkeld naar Nederland.’ In 1995 won hij net als twee jaar eerder het WK op de tien, in ’97 zegevierde hij weer en in ’99 opnieuw. Tussendoor werd hij in Atlanta kampioen en herhaalde hij dat kunstje op de Spelen van Sydney.
Maar nu is het genoeg. De marathon heeft hem gegrepen. ‘Het mooist is als je degene bent die achter de motor loopt’, lacht Gebrselassie. ‘That’s the good part. Als alle mensen naar je schreeuwen. Iedereen enthousiast is. Maar als je in de groep erachter zit is het niks meer. Dat is niet leuk.’ Hij vergelijkt dat met de voetbalwedstrijd die hij laatst zag van Internazionale tegen Shakhtar Donetsk. De Milanese ploeg moet naar aanleiding van de ongeregeldheden in de stedelijke derby tegen AC Milan in de Champions League van vorig seizoen vier wedstrijden zonder publiek spelen, waarvan dit er een was. ‘Dat ziet eruit als een training. Dan speel je in zo’n groot stadion zonder mensen. Dat is het meest magische aan een marathon. Alle mensen.’
Hij moet het vooral van de televisie weten, want veel marathons liep De Keizer nog niet. Na zijn 99ste plaats in de marathon in Ethiopië liep hij drie jaar geleden zijn tweede. In Londen. Hij had toen al zijn droom. Hij hoopte op een droomstart en hij hoopte ook toen al op het wereldrecord. Dat wereldrecord kwam er, al werd dat gelopen door Khalid Khannouchi (2.05,38). Haile werd derde achter de huidige wereldrecordhouder Paul Tergat (2.04,55 Berlijn 2003). ‘Ik was goed. Tot de laatste twee kilometer. Dat kwam vanwege de kasseien die er lagen vanaf kilometer veertig bij de Tower Bridge. Toen ging het niet meer.’ De statistici zagen echter nog wel een record in de tijd van Gebrselassie. De 2.06,35 was de snelste tijd ooit door een debutant gelopen. Hij had een contract voor nog twee marathons in Londen. En lange slepende achillespeesblessure stak daar echter een stokje voor en daardoor is hij er niet meer geweest voor de marathon. ‘Misschien dat ik nog wel terugkom. Nu ben ik wel blessurevrij.’
Of Gebrselassie het wereldrecord komende maand al in Amsterdam breekt, durft hij niet te beloven. ‘Dat hangt van heel veel zaken af. Van het weer, van de hazen, van de vorm van de dag. Het moet allemaal perfect zijn, wil je een wereldrecord lopen. Maar ikzelf moet sneller. 2.05 is mogelijk. Misschien al in Amsterdam, maar dat hoeft niet per se. Ik wil in elk geval een keer het wereldrecord lopen. Ik voel me nog achttien, al zie ik er misschien uit als 21, haha. Ik heb nog wel een tijd te gaan. Dit is denk ik het perfecte moment aan de marathons te beginnen.’
Via Amsterdam moet de weg leiden naar de marathon van Peking 2008. Dat is de droom van Gebrselassie. In de voetsporen treden van Bikila. En het moet leiden naar het wereldrecord. Daarvan denkt de Ethiopiër dat het over een tijdje onder de magische grens van twee uur komt. ‘Het kan niet lang meer duren voor het gebeurt’, zei hij na het wereldrecord van Paul Tergat. Hij verduidelijkt nu: ‘The question is just when. In de laatste 45 jaar is het wereldrecord op de marathon tien minuten omlaag gegaan. Dus dat kan, toen dachten ze ook dat je niet onder de twee uur en een kwartier kon lopen.’ Len Edelen doorbrak in 1963 voor het eerst de grens van 2.15. ‘Het moet dus mogelijk zijn in een jaar of twintig, 25 onder de twee uur te lopen. Maar dat is ook afhankelijk van technologie. Schoenen zijn bijvoorbeeld ook heel belangrijk daarvoor. Tijdens mijn carrière is 2.02 al wel mogelijk, denk ik.’
Haile Gebrselassie. Hij is een man die altijd lacht, hij maakt grappen en is altijd ontspannen. Zo is hij in het gewone leven, zo leeft hij ook naar wedstrijden toe. Jos Hermens beleeft daardoor een hechte vriendschap met de Ethiopiër. ‘Hij pikte vroeger al alles snel op’, verhaalt de manager. ‘En buiten dat is hij ook nog een succesvol zakenman, hè? Vergeet dat niet. Hij heeft duizend mensen onder zich. Hij heeft drie scholen, een bioscoop en nog een aantal gebouwen.’
Gebrselassie de zakenman staat in schril contrast met Gebrselassie de langeafstandsloper. Ook dat weet Hermens. ‘Met Haile heb ik het nauwelijks over geld. Hij leeft met het idee dat hij moet lopen en dat wij ons bezig houden met de centen. Dat is heel anders dan met de nieuwe atleten. Met Kenenisa Bekele zit ik bijvoorbeeld vaker om de tafel. Hij vraagt ook veel meer startgeld aan de wedstrijdorganisatoren. Hij weet dat hij de ster is, en handelt daar ook naar. Dat is het verschil tussen Haile en Kenenisa.’
Hij zegt het niet hardop, maar het is alsof de manager wil zeggen dat Gebrselassie meer voor de sport leeft en Bekele de centen net zo belangrijk vindt als de sport. Gebrselassie omschrijft zijn gevoel voor de sport op een manier die eigenlijk voor alle sporters zou moeten gelden. ‘It’s an addiction. Running is like a drug. Als ik een dag niet loop, voel ik me slecht. Mijn lichaam heeft zweet nodig. I need food and I need run.