THOLEN (ANP) – De boot ligt een paar honderd meter uit de kust van de Oosterschelde. Corné van Dort heeft een waadpak aan en stapt zonder pardon overboord. Natuurlijk weet hij wat hij doet. Precies op een zandplaat komt het water maar tot zijn middel. Hij is de enige ansjovisvisser met vergunning in Nederland.

Bijna alle ansjovis die in Nederland wordt gegeten, voornamelijk door pasta of op de pizza, komt uit Spanje en Italië. Van Dort haalt zijn ansjovis uit Oosterschelde, bijna de enige plek in Nederland waar het visje zwemt. Tot de afsluiting van de Zuiderzee door de Afsluitdijk in 1932 was er ook daar nog, maar die verdween. De Oosterschelde was vervolgens de enige plek waar de vis leefde. Sinds 1993 is er ook weer wat ansjovis in de Waddenzee.
Daar wordt echter niet legaal op het visje, het wordt maximaal twintig centimeter lang, gevist. Corné van Dort uit Bergen op Zoom is de enige Nederlandse visser met een vergunning. Zijn afzetmarkt: zijn eigen woonplaats. Daar is het onderdeel van het populaire AAA-menu: ansjovis, asperges en aardbeien. Van Dort: ,,Mensen staan bij mij ’s morgens al vroeg voor de deur om ansjovis te kopen. In Bergen op Zoom weten ze precies wanneer het seizoen begint en willen ze ook alleen Zeeuwse ansjovis. Niet de mediterrane, want die is kleiner en minder lekker.’’
Van Dort vist in mei, juni en soms ook nog begin juli op ansjovis. Dan komt de vis hier kuit schieten. Vissen op ansjovis gebeurt niet op een boot met een enorm net erachter. Het is passieve visserij, nog het meest vergelijkbaar met hoe kleine kinderen visjes proberen vangen in een beekje.
In een grote V-vorm -met de punt in de stroomrichting, want ansjovis zwemt niet graag tegen de stroom in- staan eiken- en berkenstammetjes. De onderkant open en daaronder staan de stammen in de vorm van een vissenkom. Weer verder naar onder is een hek zodat de vissen er niet meer via die kant uit kunnen. Het hek kan worden vervangen door een onverbiddelijke fuik. Twee keer per dag kijkt Van Dort, samen met zijn zwager Henk van Schilt, of er vis in de kom zit.
,,Deze manier heet weervisserij’’, legt Van Dort uit. ,,Die naam slaat niet op het weer, maar op de stammen. Door de wind trillen ze. Ansjovis is heel bang en zal nooit tussen de stammetjes door naar buiten zwemmen. Ze worden geweerd.’’ En verjaagd naar de ‘vissenkom’.
Twee keer per dag bij laag water varen Van Dort en Van Schilt uit. Bij hoog water kunnen ze namelijk niet in de Oosterschelde staan. Ze halen het hek weg, plaatsen de fuik en gaan vervolgens naar de bovenkant van de vissenkom. Allebei aan een kant lopen ze in de richting van de fuik, met een net tussen hen in. De vis wordt in de fuik gedreven.
Terug op de boot gooien ze de fuik op dek leeg en scheiden de vis. Niet alleen ansjovis is in het net terechtgekomen. Ook een hoop gepen. Die is minder waard dan de ansjovis, maar toch ook de moeite van het bewaren waard. Het is nog vroeg in het seizoen, dus veel vangt Van Dort nog niet. Het mandje is niet eens voor de helft vol. ,,Een kilo of vijf’’, schat de visser.
Ansjovis ‘doet’ zeven euro per kilo, dus eigenlijk kan Van Dort er niet voor uitvaren. ,,Maar op topdagen vangen we vijftienhonderd kilo op deze manier, met pieken tot tweeduizend. Nee, vandaag was het de moeite eigenlijk niet waard. Maar het is al meer dan de afgelopen dagen, dus het biedt perspectief.’’
De komende weken zal Bergen op Zoom weer massaal uitlopen om de vis te kopen. Eenderde deel wordt ingezouten en verkocht in de winter en tijdens carnaval. Want van zoute vis gaan de Krabbegatters goed drinken.