De kerncentrale in Borssele, een van de best beveiligde plekjes van ons land. Wellicht dat de reactor in Petten net zo goed is beschermd. En waarschijnlijk is de luchtmachtbasis in het Brabantse Volkel nog ietsje beter beschermd. Publiek geheim dat daar de Nederlandse kernbom ligt opgeslagen.

Maar goed, ik was vanmorgen dus in de kerncentrale van Borssele, de enige plek in het land waar nucleair energie wordt opgewekt; nucleaire energie bestaat niet, energie is immers energie. Er zijn nu wel plannen om een tweede neer te zetten. Dat duurt alleen nog tot 2018. Over acht jaar dus, een periode waarin een hoop kan gebeuren.

De kerncentrale bezoeken is leuk. Talloze veiligheidsmaatregelen. Een week voor het bezoek is het opsturen van een kopie van je paspoort al verplicht. Zo kan de AIVD vast even kijken of je niet net als Samir A. al een plattegrondje van de centrale op de achterbank van je auto hebt liggen. Waar in heel Nederland ook een kopie van je rijbewijs al voldoende is, geldt dat niet in de kerncentrale. Alleen een paspoort of Europees identiteitsbewijs. Niets anders. Naast dit paspoort ben je verplicht een heel formulier in te vullen met nogmaals alle gegevens die ook al op je paspoort staan.

De entree bij de kerncentrale gaat via grote stalen poorten. Toegangspasjes verplicht, anders gaan ze niet open. Daarna nog veel meer poortjes, ook weer te openen met een toegangspasje. Een gewone CardKey overigens, simpel te verkrijgen bij alle beveiligingswinkels.

Dan is de centrale verdeeld in twee delen: het reguliere en het nucleaire deel. In het conventionele deel staan eigenlijk alle dingen die in elke energiecentrale staan, zoals turbines . Het nucleaire deel is dan weer leuk. Eerst een deur door van een metertje dik en dan even aankleden. Helmpje, oranje stofjas, sloffen voor om je schoenen en je broek in je sokken ,,want anders komt er stof op je broek’’. Juist.

Weer dikke deuren door, een luchtsluis door en dan ben je in het heilige der heilige van de kerncentrale. Een bordje ‘vreemde dingen’ doet wat raar aan. Want wat voor vreemde dingen kunnen zich nu een weg banen door al die deuren, poorten en luchtsluis? De uitleg is simpel. Elk dingetje dat niet in de centrale thuishoort, is een ‘vreemd ding’. Maar het gaat dan dus om losse schroefjes of een stuk van een schoenzool, om maar iets te noemen.

Dan naar het bad. Het bad waarin de splijtstofstaven liggen te koelen. Een lamp erin en je waant je in Star Trek, want het ziet er chemisch en blauw uit. Maar goed, water is nu eenmaal blauw. Was water groen geweest, zat je in Star Wars, net wat je leuker vindt. Onder in het bad dus de splijtstofstaven. Splijtstofstaven die de uraniummoleculen moeten splitsen, waardoor hitte ontstaat, die weer stoom veroorzaakt, dat door een turbine gaat, wat gaat draaien en dus stroom oplevert. 480 Megawatt.

Leuk detail. Een klein bureautje met een computer erop staat zo’n beetje boven de reactor. En dat geeft, na alle veiligheidsmaatregelen die we al zijn doorlopen toch wel een veilig gevoel. Zeker aangezien de stoel bezet is op het meest gevaarlijke moment in de normale werkzaamheden: de dag, eenmaal jaarlijks, dat de oude splijtstofstaven verwisseld worden voor nieuwe. Zo gevaarlijk zal een kerncentrale dus wel niet zijn.